Huybert Claesz van de Stadt, stamvader van de familie van de Stadt, was schipper van Zaandam en hij
tekende te Amsterdam enkele bevrachtingscontracten naar Dublin en La Rochelle met het hier afgebeelde merk.         In een contract van 18 september 1634 wordt hij vermeld als: „Hubert van de Stadt, van Serdam, schipper naast Godt, van de schepe genaemt de Hoope groot omtrent hondert en vijff lasten ... enz” (=210 ton). Het was waarschijnlijk een fluitschip, gemonteerd met elf gotelingen. [een goteling is een klein scheepskanon van een in één stuk gegoten metaal.] Met dit schip bracht hij een lading goederen van Amsterdam naar Dublin. Daarna, van eind December 1634 tot Februari 1635 blijkt zijn schip in La Rochelle te zijn, waar o.a. cognac, brandewijn en azijn in zijn schip wordt geladen. Eind juni 1635 moet hij met zijn beladen schip op het Y te Amsterdam verschenen zijn.
        
Verder lezen wij in het familieboek (p4):
Eerder, in 1628, was een fluitschip van hem met dezelfde naam „De Hoop” in La Rochelle veel minder
fortuinlijk geweest: De stad werd toen belegerd door Richelieu en de Franse vloot had een aantal buitenlandse
koopvaarders (waaronder De Hoop) in beslag genomen en voor de haven tot zinken gebracht. Huybert heeft jarenlang
procedures gevoerd om schadevergoeding te krijgen.          Een fluitschip was een vrachtschip met drie masten, uitgevonden in Hoorn omstreeks 1595. Het fluitschip droeg mede bij aan de opkomst van de Republiek als zeevarende natie en als de sterkste mondiale zeemacht in de tijd van de Gouden Eeuw. Ook de plaats Hoorn, waar dit schip uitgevonden is en de hele Zaanstreek voeren wel bij de uitvinding van het fluitschip. Omdat het Nederlandse fluitschip bewust een smal dek had, met daaronder een veel breder en groot laadruim, scheelde dit aanzienlijk in de belastingprijs voor het passeren van de Sont bij Kopenhagen.          Huybert Claesz was de bet-bet-overgrootvader van Engel van de Stadt, die in de titel van het familieboek voorkomt. Dit laten we zien in een verkorte weergave van de stamboomtak T0: |
| Huybert Claesz. van de Stadt,
I (1597?-1641?), p3. „Stamvader van de familie” Hier begint stamboomtak T0. |
Claes Huybertsz. van de Stadt, alias
„de Otter”,
II (1617-1672), p5 en p7 x Jorisje Claesdr. Stickel, p5 en p26 | |||
| Mary Huybertsd. van de Stadt, (?-1676?) x Gijsbert Pietersz. Zeeman, p5 | ||||
| Guurtje Huyberts van de Stadt, (?-1682), p5 x Simon Jacobsz. Kraft , alias Sleep, Ia (1621-1674), p18 |
Huybert Symonsz. van de Stadt, alias Sleep, IIa (1654-1723) x (6/3/1678) Lobje Pietersd. Slom (?-1727), p35 „Stamvader van de houthandelaren” |
Simon Huybertsz. van de Stadt, IIIa (1678-1732) x Neeltje Gerritsd. Mattes (?-1712), p44 |
Huybert Simonsz. van de Stadt, IVd (1711-1783) x(15/4/1735) Sijtje Engelsd. van Arenden (1715-1790), p81 |
Engel Huybertsz. van de Stadt, Ve (1746-1819) Hierna beginnen stamboomtakken T1, T2 en T3. |
| Jan Simonsz. van de Stadt, alias Sleep, IIb (1660-1729) x Grietje Jans, p28 |
Symon Jansz. van de Stadt, IIb4 (1701-1740?), p29, 2e x Trijntje Gerrits Vogelzang, p31 |
Jan Symonsz. van de Stadt, IIb4c (1737-1815) 3e x Grietje Klaas Broeder (1737-1815), p31 |
Simon van de Stadt, (1780-1848) x Soeke Visser (1779-1872) Hierna begint stamboomtak T4. |
|| Terug naar verhalen. ||
Dit verhaal werd toegevoegd: juni 2025