Klaas [461.4] was de vierde zoon van zijn vader Klaas [461] en hij had net als zijn vader en
zijn oudste broer, Adriaan [461.1], interesse in het schoenmakersvak.
Tekst uit de Zaankanter met enkele aanvullingen van zijn dochter Else Mariette:     Klaas junior genoot een opleiding bij de Bata schoenfabrieken in Tsjecho-Slwakije. Hij kreeg in 1934 een aanstelling als filiaalchef bij het Zaandamse filiaal van Presburg (Westzijde 16, tegenover de Vinkenstraat) en woonde in de dienstwoning, het achterhuis aan de Zaan. Hij ontwikkelde zich als een bekwaam vakman en goede chef. Onder zijn leiding zette het bedrijf wel 700 à 800 paar schoenen per week om.
    
Maar de oorlogsjaren brachten schaarste en er kwamen moeilijke tijden. Omdat het
een Joodse firma was, moesten de eigenaren vluchten of onderduiken voor de Duitse bezetter en werd
de winkel gesloten. Maar Klaas startte toen een productie van houten kinderspeelgoed in het magazijn
achter de winkel en ging vissen in de Zaan op paling. Voor het speelgoed gebruikte hij de merknaam
Mastaca, een letter combinatie
van de naam van zijn vrouw, Maria Catharina van de Stadt de Carpentier.         Klaas nam ook onderduikers in huis. Citaat uit www.joodsmonumentzaanstreek.nl: „Judicje (‘Judy’) Menco (Amsterdam, 11-1-1923) vluchtte uit Laren naar Zaandam en kwam daar terecht bij schoenhandel Presburg, op de Westzijde 16. De zaak werd beheerd door de niet-joodse winkelchef Klaas van de Stadt. Het gezin Van de Stadt-de Carpentier bestond uit zes personen en had al onderduikers op zolder die aan de Arbeitseinsatz wilden ontkomen. Ze maakten houten speelgoed, dat na de oorlog tot Van de Stadts houtwarenbedrijfje ‘Mastaca’ zou leiden. Dat er spanningen ontstonden is niet verwonderlijk. Judicje werd na enige tijd ondergebracht in het huishouden van Gerrit Dil (1915) en zijn -Duitse- echtgenote Ruth Ohm. Die woonden op de Zuiddijk 81 ba. Ook bij de familie Dil was ze zogenaamd ‘dienstbode’ ”.      Na de oorlog kon Klaas niet terugkomen bij Presburg en na wat omzwervingen startte hij zijn eigen schoenmakerij van de Stadt in datzelfde magazijn achter de winkel. Zijn oudste zoon, Hans Erik (1936), heeft in 2014 over zijn jeugdherinneringen in Zaandam een boek geschreven „Dakhaas bij gaslicht”.      Schoenen repareren is echter een tijdrovend gebeuren en dikwijls moest er s'nachts worden doorgewerkt. De grote wens was dan ook om ooit weer terug te keren in de schoenenverkoop. En dan wel in een eigen onderneming. Dat lukte en op 3 november 1960 opende Klaas van de Stadt zijn nieuwe winkel op Raadhuisstraat 41 in Koog aan de Zaan. Zoon Frank trad met zijn 15 jaar aan als junior-verkoper en samen wisten zij de zaak tot grote bloei te brengen.      Tegenwoordig (2026) wordt de winkel voortgezet door Franks dochter, Linda, als „Van de Stadt Modeschoenen” op Raadhuisstraat 33 te Koog aan de Zaan.
Foto (±1952) van het gezin van Klaas en Maria: Van links naar rechts: staand: Robert Theodoor en Else Mariette; zittend: Vader Klaas, Lydia Agnes, Hans Erik, Moeder Maria en Frank Arnout. Tekst toegevoegd: 1 nov 2010 Terug naar T4 Terug naar verhalen |