<       Schets van het Centrum van Zaandam in 1720 en in 2020

             met herberg In Den Otter op Dam 6.


     In deze schets laten de zwarte contouren zien dat vroeger de Dam in Zaandam één smalle dam was, die op 3 plekken doorbroken was door een sluis, vanaf west naar oost: de Groote, de Kleyne en de Duyker sluis. Op de tussenliggende stukken grond waren diverse panden gebouwd. Tegenwoordig bestaat alleen de oude Groote sluis nog in zijn oorspronkelijke vorm, maar het is niet meer de grootste, zoals de rode contouren van 2020 laten zien.

     Op het westelijk deel van de dam werd de zuidkant, die aan de haven van de VoorZaan lag, de Lage Dam genoemd. Er stonden van oost naar west acht panden met adresnummers 2, 4, 6, 8, 10, 12, 14 en 16. Op Dam 2 staat nu nog altijd het grote gebouw dat ten behoeve van de Vrijmetselaarsloge te Zaandam werd gebouwd in 1858. Op Dam 4 heeft de herberg De Gouden Leeuw gezeten; op nummer 6 de herberg In Den Otter; nummer 8 de herberg Het Wapen van Amsterdam; nummer 10 de herberg De Drie Zwanen, waar later (vanaf 1862) de ijzerwarenwinkel van de firma Perk kwam. Op nummer 12 zat de herberg De Witte Swaen en op 14 de herberg De Koning van Denemarken. Het hotel De Zon stond op het eilandje tussen de Kleine en de Duiker Sluis.

     In 1670 vestigde Claes Huybertsz van de Stadt zich in de herberg op Dam 6, die toen nog „Hollandsche Tuyn” heette. Na zijn dood in 1672 werd de zaak voortgezet door zijn weduwe en dochters tot 1708. Zij veranderden de naam in „In Den Otter”, de bijnaam van Claes. Dit pand bleef nog heel lang het centrum van de Zaandamse houtveilingen.

     Alle panden op de Lage Dam, behalve Dam 2, brandden in de nacht van 9 op 10 juli 1911 volledig af. Dit gebeurde in de tijd dat men met de dempwerkzaamheden voor het nieuw te bouwen centrum al was begonnen. Zie de rode contouren in de hierboven gegeven schets.




     We hebben 2 oude afbeeldingen van de Lage Dam gevonden, die hier onder elkaar staan afgebeeld. De bovenste afbeelding is een deel van een tekening van Jan Bulthuis naar een schilderij over de Overtoom te Zaandam in 1717. De adresnummers hebben we er voor de duidelijkheid in rood boven gezet. De Overtoom werd voor het laatst in 1718 gebruikt. De onderste afbeeling is een deel van een tekening van De Leth uit 1727.

     Opmerkelijk is het verschil in de weergave van de Westzijderkerk in deze 2 afbeeldingen. De bovenste afbeelding uit 1717 geeft helemaal rechts de kerk met toren. Maar in 1727 staat de kerk helemaal links (ten gevolge van het andere perspectief) zonder toren. Dit heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat „rond 1692 het torentje van de Westzijderkerk wegens gebrekkige constructie werd vernieuwd.” Deze opmerking staat bij de beschrijving van foto 23487 van de Beeldbank Historisch Zaandam. Maar het lijkt er op dat de herbouw waarschijnlijk rond 1727 plaats vond.

         Uit het Boekje: „De Zaanstreek Voorheen en Thans”
door S. Lootsma

         Uitgave van: K. Blees Gz., J. Bruin Az., C. Huig en K. Huisman te Zaandam.
J. Koome en Fa. P. Out te Koog aan de Zaan, Fa. J. Heijnis Tz. te zaandijk.
D. Gorter, G. Meijer Dz, en D. Spaander te Wormerveer, 1931

         Onderschrift bij de volgende tekening:
Gezicht op den Dam te Zaandam uit de Voorzaan. E. Breukelaar 1730. Links de steiger v. d. Martelaar, veerschuit naar Amsterdam. Grote sluis met gedenksteen Hondsbossche Zeewering, Douane huisje op den voorgrond, nog bestaande. Rechts Oostzijderkerk en Zuiddijk.
         Lootsma vertelt in zijn boekje:
„ Aan den Dam was ook de plaats van afvaart voor vele der veerschuiten, die den drukken dienst tusschen Zaandam en de Amstelstad onderhielden. Links op den voorgrond ligt een van een roef voorziene schuit aan een steiger gemeerd, terwijl de schipper of een passagier nog heen en weer loopt.” [De steiger ligt ongeveer voor de Herbergen De Otter en Het Wapen van Amsterdam op Dam 6 en 8, zie ook bovenstaande tekeningen]

         Lootsma vertelt verder:
         „ Langs den Dam stond een haast onafgebroken rij herbergen, ... in de pasgenoemde Damstraat was ’t niet bepaald „droog”: daar schonk in ’t midden der 17e eeuw Claes Jut (en na zijn dood zijn weduwe Mary van der Holck) een glas in „den Hollantsen Tuijn”. [Dit kan zijn geweest rond 1670, toen Claes Huybertsz van de Stadt zich daar vestigde. Claes had een jongere zus en een dochter, beiden met de voornaam Mary. En zijn neef Huybert Simonsz van de Stadt (1654-1723) bezocht als houthandelaar regelmatig veilingen in De Otter. Rond 1688 wordt hij enkele malen officieel berispt wegens dronkenschap.]
         Hoeveel veilingen en „custingboden” hebben in deze herbergen plaats gevonden, ’t zij van molens, huizen, „partenscheeps” in walvischvaarders en „welgeconditioneerde meer als gemeene” Groenlandsche vleeten, hout enz.! Vooral „den Otter” (vroeger den Hollantsen Tuijn) blijkt verder het logement te zijn geweest, dat door vreemde bezoekers werd geprefereerd. Bijna geen reisbeschrijving van Holland, of een uitstapje naar Zaandam (of ’t daarmee in zoovele opzichten overeenkomende Broek in Waterland) stond op ’t programma, vooral in de 18e eeuw.
         Om een paar voorbeelden te noemen: de schrijver van de „Voyage dans l'intérieur de la Hollande fait dans les années 1807-1812” stapt af in Den Otter....(op aanbeveling van een onzer reisgezellen) en deze verschafte ons een dubbele voldoening:
– ten eerste, .... door de gunstige ligging van het huis, waarvan de voorzijde uitzicht geeft op het IJ en de achterzijde op de Binnenzaan ....
– ten tweede, .... wegens het recht, dat de herbergier zich heeft verworven door een contract met den eigenaar uitsluitend de Russische curiositeiten te mogen laten bekijken ....”

|| Terug naar verhalen over de Voorzaan. ||

|| Terug naar verhalen over de Otter. ||

Dit verhaal werd toegevoegd in juni 2025.