|       
Als 14-jarige jongen ging ENGEL PIETER VAN DE STADT [327] reeds naar
Nederlands-Indië. Daar was hij werkzaam bij een scheepvaartmaatschappij. Later
vertrok hij naar Zuid-Afrika, alwaar hij onderwijzer werd. Bij een militaire actie
van Engelse troepen tegen de Boerenrepublieken werden zijn eerste echtgenote
en een nog zeer jong kind, dat uit zijn huwelijk met haar was geboren, om het
leven gebracht [1880]. Dit verklaart zijn uiterst anti-Engelse gezindheid.       Toen de Boerenoorlog uitbrak [1877-1881], schaarde hij zich dan ook terstond bij het Boerenleger. Tijdens deze oorlog werd hij door de Engelsen krijgsgevangene gemaakt en overgebracht naar het eiland St. Helena. Wat Napoleon niet was gelukt, gelukte ENGEL PIETER VAN DE STADT wel. Hij slaagde er nl. in van het eiland te ontsnappen en wist behouden, alhoewel „op een schoen en een slof " Nederland te bereiken, alwaar hij enige tijd verbleef bij zijn te Bussum wonende zuster TRIJNTJE VAN DE STADT [32d1]. Deze had Engel Pieter niet herkend en meende met een landloper te maken te hebben. Zij was pas bereid Engel Pieter te ontvangen, nadat broer NICOLAAS GERRIT [325], met spoed uit Amersfoort ontboden, hem had „geďdentificeerd".       Na de vrede in Zuid-Afrika verliet hij Nederland voorgoed. In Zuid-Afrika hervatte hij zijn werkzaamheden bij het onderwijs. Voorts was hij uitgever van een courant te Bethlehem (Zuid-Afrika). Tenslotte is hij Principaal geworden van een Gouyernementsschool te Putfontein, district Frankfort, tot 31 December 1920, toen hij wegens anti-Engelse gezindheid werd ontslagen. In zijn laatste levensjaren woonde hij op White House te Parijs (Z.A.). |
Terug |
Terug |
Terug |
Dit verhaal toegevoegd: 25 nov 2009.